Alzheimer

De ziekte van Alzheimer (vaak kortweg alzheimer genoemd) is een degeneratieve aandoening die geleidelijk begint en steeds erger wordt. Het is de oorzaak van 60 tot 70 procent van alle gevallen van dementie. Het meest herkenbare kenmerk van de ziekte is de moeite met het herinneren van recente gebeurtenissen. Naarmate de ziekte langer duurt, kunnen andere symptomen ontstaan: spraak- en taalproblemen, desoriëntatie (o.a. gemakkelijk verdwalen), stemmingswisselingen, een verlies van motivatie en initiatief, verminderde zelfzorg en gedragsproblemen. Uiteindelijk zonderen de patiënten zich af van hun naasten en trekken ze zich terug uit het dagelijks leven. Hoe snel iemand achteruitgaat, verschilt van patiënt tot patiënt. De gemiddelde levensverwachting na diagnose is drie tot negen jaar.

 

De oorzaak van alzheimer is onduidelijk. Men denkt dat ongeveer 70% van het risico genetisch is bepaald; er zijn meerdere genen bij betrokken. Andere risicofactoren zijn onder andere veelvuldig hoofdletsel, depressie en hoge bloeddruk. Het onderliggende ziekteproces wordt in verband gebracht met plaques en tangles in de hersenen. Een waarschijnlijke diagnose kan worden gesteld op basis van neurologisch onderzoek, cognitieve testen, beeldvormend medisch onderzoek en bloedtesten om andere diagnoses uit te sluiten. Studie van het hersenweefsel is vereist om de definitieve diagnose te kunnen stellen.

 

Er bestaan geen medicijnen om de ziekte te genezen of de voortgang te stoppen, maar sommige symptomen kunnen wel worden bestreden.

 

In 2015 waren er wereldwijd naar schatting 29,8 miljoen mensen met de ziekte van Alzheimer. De ziekte wordt meestal vastgesteld bij personen die ouder zijn dan 65 jaar, maar in 4 tot 5% van de gevallen is er sprake van een vroeg begin (jonger dan 65) van de ziekte van Alzheimer. Ongeveer 6 op de 100 mensen boven de 65 worden door de ziekte getroffen. De aandoening is vernoemd naar Alois Alzheimer, een Duitse psychiater en neuropatholoog.